Wie ben ik ? (deel 1)

door Nico Appelman
Zo kwam er die dag een saddhu, een zoeker naar geluk en Verlichting bij de spiritueel Verlichte leraar Tilopa.

De saddhu viel meteen met de deur in huis: "Ik weet niet wie ik ben. Ik ben op zoek naar mezelf." Geïnteresseerd vroeg Tilopa hem: "Wie ben jij?" en stak als een warm welkom zijn hand uit. "O, neem mij niet kwalijk," verontschuldigde de saddhu zich: "ik ben Pratap. Pratap Man Singh." en schudde de hand van Tilopa. "Hm, juist, " bracht de Verlichte leraar uit, "ga zitten, Pratap." Schuchter nam Pratap plaats.

"Beste vriend, kan ik een kopje thee inschenken?," stelde Tilopa de vraag aan Pratap. "Ja, graag. Alstublieft.", antwoordde Pratap bijna nederig.

Rustig en beheerst schonk de spirituele leraar twee koppen heetdampende jasmijnthee in en overhandigde een kop: "Kijk eens meneer Man Singh." "Dank u wel," bedankte de saddhu en roerde wat onzeker met zijn lepeltje afwachtende wat er ging komen. "Dus jij wil weten wie jij bent, mijn zoon.", vervolgde Tilopa om de beginvraag nog eens te herhalen. "Ja," zei Pratap, "ik wil weten wie ik ben."

"En wie ben jij dan wel? ", vroeg Tilopa belangstellend en quasi onnozel. "Nou, zoals ik al zei: ik ben Pratap," zei de saddhu en nam een slokje van zijn thee. "Hm, dus jij denkt dat je Pratap bent," checkte Tilopa zorgvuldig. "Ja, inderdaad," bevestigde Pratap wat ongemakkelijk, meteen gevolgd door een twijfelachtig: "Niet???" "Ik weet in ieder geval wie jij niet bent," zei Tilopa en bracht het kopje naar zijn mond om te drinken. "O ja?", vroeg de saddhu nieuwsgierig.

"Wie jij bent, " sprak de spirituele leraar langzaam en liet even een stilte vallen, "is in ieder geval niet Pratap." Pratap was verbaasd en keek Tilopa met een ongeloofwaardige blik aan: "???"

"Nee," zei Tilopa, "want ik heb jou "Pratap" genoemd, "meneer Man Singh" genoemd, "mijn zoon" en "beste vriend" en telkens luisterde jij en antwoordde je. Als wie jij zou zijn, Pratap was, had jij je niet aangesproken gevoeld. En trouwens: zou jij ook niet luisteren als je neefje of nichtje je zou roepen met "ome Pratap"? Zou je ook niet luisteren als jouw vrouw "schat" tegen je zei of reageren als jouw kinderen "pappa" zouden roepen?" "Ja, maar natuurlijk!," antwoordde de saddhu stellig en zette zijn lege kopje weer op tafel. "Dus kan je onmogelijk Pratap zijn," concludeerde Tilopa.

Slechts wetende wie hij niet is en nog geen stap dichterbij het antwoord op de vraag wie hij wel is, bleef de saddhu de spirituele leraar vragend en verbouwereerd aankijken. Voor hij weer ging spreken nam Tilopa eerst zijn laatste slok jasmijnthee. "Wie jij bent, is niet "Pratap". Jij bent ook "meneer Man Singh" niet. Jij bent "ome Pratap" niet, noch ben jij "pappa". Jij bent niet "beste vriend" en "mijn zoon" evenmin." Tilopa gaf zijn kopje een plek naast hem op het teakhouten bijzettafeltje.

"Pratap, "legde Tilopa uit , "is slechts een naam en dat is hoe jij HEET. Dat is een naam die je HEBT, maar dat is niet wie je BENT." Pratap was één en al oor en staarde verwachtingsvol naar de spiritueel Verlichte. "Net als alles hoe mensen jou noemen," ging Tilopa verder, "dat is een titel of een naam, bijnaam of koosnaam, onder wie jij bekend staat en hoe mensen jou aanspreken afhankelijk van het contact wat ze met jou hebben."

Tilopa keek Pratap vriendelijk en vol mededogen aan en herhaalde het inzicht: "Maar dat is niet wie jij in werkelijkheid bent: jij bent niet Pratap." "Maar wie ben ik dan??", vroeg Pratap onzeker en ongeduldig.

Tilopa keek op zijn horloge. "Neem morgen je fotoalbum mee," adviseerde hij, "dan gaan we kijken wie jij bent." Pratap stond op en bedankte de spirituele leraar vastbesloten om de volgende dag met zijn fotoalbum terug te komen.



Wie ben ik ? (deel 2)

door Nico Appelman
Zo kwam Pratap Man Singh, de saddhu, de zoeker naar geluk en Verlichting de volgende dag bij de spiritueel Verlichte leraar Tilopa. Pratap droeg een schoudertas met daarin zijn fotoalbum. Tilopa heette hem welkom en beiden namen plaats in de voorkamer.

"Ik heb nog een goed nagedacht," stak Pratap van wal, "als wie ik ben niet Pratap is, omdat Pratap mijn naam is wat ik heb en niet kan zijn, dan kan het nog maar één iets zijn wie ik dan wel ben..."
"Wie ben jij dan?" vroeg de spirituele leraar geïnteresseerd.
"Dit ben ik," zei Pratap met twee armbewegingen gebarend naar zijn lichaam, " ik ben mijn lichaam, " veronderstelde Pratap met enige zekerheid.
"Jij bent je lichaam...?" vervolgde Tilopa kalm en belangstellend.
"Ja," zei Pratap enthousiast, "dat is tastbaar en dat is zeker iets wat bestaat."
"Dus jij denkt dat jij je lichaam bent? " herhaalde Tilopa doordringend.
Pratap die de verbaasde blik op Tilopa's gezicht observeerde, voelde zijn twijfel toeslaan: "Niet??"
"Pak je fotoalbum er eens bij," zei de spirituele leraar wijzend in de richting van de tas.
Pratap opende zijn tas en overhandigde gewillig zijn fotoalbum zich afvragend wat de Verlichte man daarmee moest.

Tilopa sloeg het album open en keek naar een foto op de eerste bladzijde: "Wie is dit?" vroeg hij oprecht met interesse.
"Dat ben ik," glom Pratap, "dat is een foto van toen ik net geboren was."
Tilopa ging daar niet op in en bladerde verder.

Tilopa's ogen vielen op een andere foto: "En wie is dit in zijn zwembroekje?"
"Dat ben ik ook," zei de saddhu trots, "toen ik mijn zwemdiploma haalde."

Zonder een woord te zeggen bekeek Tilopa de foto's zorgvuldig en sloeg weer om.
Tilopa wees een jongen op de foto aan en stelde de zelfde vraag: "En wie is dit op die brommer? "
"Dat ben ik ook weer," reageerde Pratap enthousiast, "ik had van mijn hard verdiende geld mijn eerste brommer gekocht."

"De Verlichte leraar keek langzaam op vanuit het fotoalbum en concludeerde: "Hoe kan jij al die lichamen zijn terwijl jij nu beweert dit lichaam te zijn? " wijzend naar het lichaam van Pratap.
"Wie jij werkelijk bent, kan onmogelijk je lichaam zijn!" stelde Tilopa duidelijk en onwrikbaar.
Pratap begreep nu waarom hij zijn fotoalbum moest meenemen en kon geen woord uitbrengen. Met een gefronst voorhoofd keek hij de spirituele leraar vragend aan.
Tilopa herhaalde slechts wat hij daarvoor al gezegd had: "Wie jij in werkelijkheid bent, is niet je lichaam."
Verbouwereerd bleef Pratap Tilopa zwijgzaam aanstaren.

Tilopa stelde hierop een vraag aan de saddhu: "Trouwens, zou jij minder jezelf zijn als je al je haar liet afscheren door de kapper? " Pratap ontspande en glimlachte: "Nee, natuurlijk niet."

"Zou jij, wie je echt bent, minder jezelf zijn als er een vinger geamputeerd zou worden?"
"Nee," zei Pratap, "dan ben ik nog steeds mezelf, nog steeds Pratap."
Tilopa ging nog een stapje verder: "En als je een arm of een been moet missen door een ongeluk?"
"Ook niet," bekende Pratap wat ongemakkelijk na dit akelige voorbeeld.
"Dus: wie jij bent, is niet je lichaam," benadrukte Tilopa nogmaals.
Prataps twijfel begon zichtbaar plaats te maken voor helderheid.

Tilopa deed er nog een schepje bovenop: "Kijk maar naar iemand die een uittreding heeft of een bijnadoodervaring en die vanaf een afstandje zijn eigen lichaam ziet.
De leraar liet even een stilte vallen en keek Pratap recht in de ogen terwijl hij zijn vraag naar voren bracht: "Zou die zijn eigen lichaam kunnen zien als hij tegelijkertijd dat lichaam is?"
"Nee, natuurlijk niet," klonk Pratap overtuigd.

Tilopa sloeg het fotoalbum rustig dicht: "Wie jij in werkelijkheid bent, is niet je lichaam. Je kunt hooguit zeggen: 'ik héb een lichaam'." Pratap realiseerde zich goed wie hij niet was, maar wilde toch liever weten wie hij dan wel was.
"Maar wie ben ik dan wel?" vroeg de saddhu ongeduldig en iet wat gefrustreerd.
De spiritueel Verlichte leraar gaf het fotoalbum terug aan Pratap en zei: "Ga mediteren en kom morgen terug."
Pratap borg zijn fotoalbum weer in zijn tas, vastberaden om de volgende dag terug te komen.



Wie ben ik ? (deel 3 - slot)

door Nico Appelman
Zo kwam Pratap Man Singh, de saddhu, de zoeker naar geluk en Verlichting, de volgende dag bij de spiritueel verlichte leraar Tilopa. Pratap duwde de deur, die op een kier stond, voorzichtig een stukje verder open en keek om het hoekje van de deur. Hij zei de leraar gedag, en keek naar Tilopa of het gelegen kwam dat hij door kon lopen. Tilopa groette Pratap en maakte een langzame zwaaibeweging met zijn rechterhand als of hij wilde zeggen: "Kom verder en ga zitten," wijzend naar de plek waar Pratap die dag ervoor ook al gezeten had. Pratap deed de deur achter zich dicht en nam wat verlegen plaats in de voorkamer.

Tilopa draaide het flesje met Neroli-olie open en druppelde enkele druppels van zijn favoriete geur op de verdamper en ging tegenover Pratap zitten. Tilopa keek de saddhu slechts vanuit "metta", vanuit liefdevolle vriendelijkheid, aan zonder iets te zeggen. "Ik heb gisteren gemediteerd zoals u zei," begon Pratap. Tilopa knikte even met zijn hoofd, maar bleef even zwijgzaam.

"Als wie ik ben niet Pratap is," nam Pratap weer het woord, "omdat Pratap mijn naam is wat ik heb en niet kan zijn en als wie ik ben ook niet mijn lichaam is, omdat je hooguit kunt zeggen dat je een lichaam hebt, dan moet ik wel wat anders zijn." Tilopa keek de saddhu verwachtingsvol aan, bleef stil en deed zijn mond niet open, geduldig wachtend op wat Pratap nog meer ging zeggen.

"Als wie ik ben niet iets tastbaars is zoals mijn lichaam," ging Pratap verder, "dan moet ik wel iets zijn wat niet tastbaar is." De saddhu interpreteerde uit het korte knikken, wat de verlichte leraar deed, een blijk van bevestiging. Pratap wist dat hij goed zat en dat stemde hem tevreden.

"Dus moet ik wel zijn wat ik denk," zei Pratap trots op zijn inzicht, terwijl hij wachtte op een reactie van Tilopa. Echter: Pratap observeerde hoe de blik van de verlichte man zichtbaar veranderde in een verbaasd gezicht en voelde zich allengs onzekerder worden. Tilopa snoof de heerlijke geur van sinaasappelbloesem diep in zich op voor hij zijn vraag stelde: "Dus jij denkt dat jij je gedachten bent?"

"Ja, omdat wie ik ben niet iets tastbaars, zoals mijn lichaam, kan zijn, moet het iets ontastbaars zijn. En mijn gedachten zijn niet tastbaar," legde Pratap uit, gevolgd door een twijfelachtig en voorzichtig uitgesproken: "Niet??"

De leraar stond op en druppelde nog wat van dezelfde etherische olie op de verdamper. Hij draaide zich om en keek de saddhu vol mededogen aan: "Wie jij bent, zijn niet je gedachten." Pratap was het spoor bijster en kon niet bedenken wie of wat hij dan wel zou zijn, nu hij al ontdekt had dat hij niet zijn naam, noch zijn lichaam en blijkbaar ook niet zijn gedachten was. Vanuit een behoefte aan meer duidelijkheid staarde Pratap Tilopa vragend aan.

"Nee, "herhaalde Tilopa zijn woorden, "wie jij bent, zijn niet je gedachten." De spirituele leraar ging weer rustig zitten: "Wie jij bent, kan onmogelijk je gedachten zijn," zei hij met nadruk. De geur die Pratap al die tijd rook, kwam hem ergens wel bekend voor, maar kon hij maar niet thuisbrengen. Pratap wachtte ongeduldig tot de man tegenover hem verder ging spreken.

Volkomen verrast hoorde hij Tilopa zeggen: "Ik denk dat ik een vrouw ben..." Pratap keek de goeroe vol ongeloof aan, niet wetende of hij moest lachen of serieus verder moest gaan luisteren. Wat van zijn à propos stotterde Pratap bijna: "een, uh, een vrouw?" checkend of hij het wel echt goed gehoord had. "Ja," herhaalde Tilopa het nog eens terwijl hij heel serieus en ernstig naar Pratap keek, "ja, ik denk dat ik een vrouw ben!"

Pratap dacht dat de Verlichte volslagen krankjorum geworden was toen hem ook nog de daaropvolgende vraag gesteld werd: "Zie ik er ook een beetje als een vrouw uit?" "Nee, ik zie duidelijk een man tegenover mij," zei de saddhu met volle overtuiging. Hoewel Pratap zich vaak onzeker voelde, kon hij dit toch wel met zijn volledige zekerheid en stelligheid zeggen.

"Ben ik geen vrouw?" checkte Tilopa nog eens voor de zekerheid. "Nee, natuurlijk niet," zie Pratap kortaf. "Maar dat is wel wat ik nu denk," sputterde de leraar tegen," mijn gedachte is: "ik ben een vrouw." "Nou ik zie geen borsten. Ik zie een kaal hoofd en een netjes getrimde ringbaard. Zo man als het maar zijn kan!" reageerde Pratap, zich afvragend waarom hij hier nog serieus op in ging.

"Dus kan wie jij bent ook onmogelijk je gedachten zijn," concludeerde Tilopa nog eens, "evenmin als dat wie ik ben onmogelijk mijn gedachten kan zijn." Pratap keek wederom verrast na deze onverwachte maar zeer welkome wending.

"Natuurlijk ben ik geen vrouw," lachte de wijze man, "dat zou nog eens wat moois zijn als wie jij bent jouw gedachten zouden zijn. Denk je nu echt dat wanneer ik denk: "ik ben een hond", dat ik dan hier meteen spontaan zal gaan blaffen? Of denk je nu werkelijk dat wanneer ik in een opperbeste stemming ben en er komt een gedachte voorbij: "ik ben heel erg verdrietig" dat ik dan acuut in huilen zal uitbarsten?" "Nee, natuurlijk niet," wist Pratap te vertellen zonder hier ook maar één seconde over te twijfelen.

Tilopa glimlachte en vervolgde: "Nee, Pratap" concludeerde Tilopa, "wie jij in werkelijkheid bent, zijn niet je gedachten. Je bent niet je gedachten. Je kunt hooguit zeggen dat je gedachten hébt."

Het was Pratap volkomen helder. Hoewel hij nu zeker wist dat hij niet zijn gedachten kon zijn, drong zijn aloude gedachte weer aan hem op: "Als wie ik ben dan ook niet mijn gedachten zijn, wie ben ik dan wel?" Pratap sprak zijn gedachte uit en stelde Tilopa deze vraag.

Tilopa stond op, liep naar het dressoir en antwoordde eenvoudig: "Ga daar nog eens zorgvuldig op mediteren en kom morgen weer terug. Tilopa borg het flesje Neroli-olie op onder het teakhouten dressoirkastje naast de andere flesjes etherische oliën. Pratap vertrok, vastberaden om de volgende dag weer terug te komen.