Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen?

door Sarah Morton
Wil speciaal onderwijs zeggen dat de beroepskrachten er zijn om je kind te helpen, dat de aanpak is afgestemd op wat een kind nodig heeft? Niet altijd...

Wanneer je als leerling gevoelens zoals verontwaardiging, paniek, woede, afschuw, stress of zelfs humor of liefde liet zien, kon dat tegen je gebruikt worden op de school waar ik zat. En zo heb ik ervaren dat kinderen en jongeren met emotionele problemen het risico lopen om lichamelijk en/of geestelijk mishandeld te worden...
Door onmacht, of frustratie van de betreffende leerkracht.
Op mijn school gebeurden dit soort dingen geroutineerd. Een leerling die iets weigerde en daarin volhardde, kon rekenen op een pak rammel, op schoppen of om door elkaar geschud te worden. De klas uit gesleept worden, was niet ongebruikelijk. Voor mijn ogen tuigde de leerkracht klasgenoten af. Ook intimidaties, zoals schreeuwen en dreigen, waren hier 'gewoon'.

Wie in bizarre omstandigheden opgroeit, ontwikkelt een bizar gevoelsleven. Zo ben ik gewend geraakt aan geweld. Niet dat ik gewelddadig naar anderen ben, maar van binnen reken ik nog steeds op agressie. Inmiddels zit ik op kickboksen. Het heeft weken geduurd voordat ik de sportleraren ook maar een beetje vertrouwde en zelfs na maanden is dat vertrouwen nog broos. Als er iemand naar me toe liep, werd ik zenuwachtig. Het heeft lang geduurd, voordat ik doorhad, dat de sportleraar niet op me afliep om me iets aan te doen of omdat ik de les saboteerde (een beschuldiging die ik vaak ontving in het speciaal onderwijs), maar om bijvoorbeeld iets nog een keer voor te doen of uit te leggen. Je zou denken dat het voor een autist op een speciale school veiliger zou zijn, dat een reguliere kickboksvereniging toch een harder wereldje is. Schijn bedriegt.

De ZMOK school (Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen) waar ik van mijn twaalfde tot mijn achttiende heb gezeten, schijnt niet uitzonderlijk te zijn met gewelddadige praktijken. Ik heb van meer mensen gehoord dat het juist met deze scholen slecht gesteld is en dat docenten daar losse handjes hebben.
En losse handjes is als een mokerslag op het toch al wankele evenwicht van autistische kinderen. Wat me nog steeds verwondert, is hoe dit structureel heeft kunnen en mogen plaatsvinden. Al die leerlingen hebben toch ook ouders? Wisten die van niets? Hebben die nooit een klacht ingediend? In mijn geval in elk geval niet. Alsof het autisme een vrijbrief is om iemand ervan langs te geven. Welke rechten of regels beschermen deze kinderen? Want aan de andere kant konden leerlingen zeker niet straffeloos elkaar of zelfs een meubelstuk te lijf gaan. Zelf heb ik ook nooit aangifte gedaan. In plaats daarvan heb ik mijn ervaringen verwerkt in een autobiografische roman.

Toch bestaan mijn ervaringen niet alleen uit ellende. Zo waren er ook momenten dat de leerkracht gunstig gestemd was, of dat ik wat af lachte met klasgenoten. Wat nog het meest telt: er werkte een toegewijde zachtaardige lerares, waar ik helemaal idolaat van was: Luka. Zij was oprecht en onopgesmukt. In mijn boek Collision heeft Luka allerlei rollen: een lieve, betrokken spelbegeleidster, een zonderlinge en fascinerende vrouw, een verlosser, een engel en een tragisch figuur.

Op school mocht je geen gevoelens hebben die verder gingen dan iemand mogen of niet mogen.
Hoewel de school haar uiterste best deed mijn oprechte liefde voor Luka te ontmoedigen, was zij het lichtpunt dat me overeind hield: iemand met wie ik een liefdevol contact kon opbouwen.

http://afwijkend-en-toch-zo-gewoon.nl/